Columns

Header afbeelding

De laatste der Mohikanen

In het nieuwe seizoen zullen de leden en voetballers van v.v. Zuid Eschmarke ontbreken op de "Sportcampus Diekman". Na 2 jaar kort te hebben samengewoond met onze club is het niet tot een gemeenschappelijk huwelijk gekomen en hebben ze na een korte vrijpartij alweer hun biezen gepakt om een paar honderd meter verder neer te strijken bij PW, waar ze zich vrijer kunnen bewegen, zich blijkbaar beter thuis voelen en zelfs de sleutel krijgen van de kantine.

De enige van deze club die nog wekelijks op het veld staat om onze jongste jeugd van oefenstof te voorzien is "good old" Herman Veenendaall. 80 Jaar oud en erelid van de roodwitten.

 

In weer en wind staat hij iedere woensdagmiddag op ons veld om onze kabouters te trainen.
Hij doet dit op zijn eigen rustige, geduldige manier zonder ooit boos te worden of negatief te zijn. Waarbij menige jongere het vrijwilligerswerk de rug toekeert is hij een voorbeeld voor velen.

Hij staat daar op het veld als een relikwie uit vervlogen tijden. Menig kind schrikt de eerste keer als ze hem zien en denken bij de eerste aanblik dat sinterklaas weer in het land is. Maar na een kennismaking sluiten ze hem in het hart en laten zich onderwijzen in de eerste beginselen van de voetbalsport. Bewonderend bekeken door ouders vanaf de zijlijn die getuige zijn hoe hij voor de zoveelste keer uitlegt hoe je een bal moet aannemen en verwerken.
Hij is er altijd en laat bijna nooit verstek gaan. Alleen met de jaarlijkse visdag met "zien kamereu" is hij er niet maar gaat niet weg zonder dit duidelijk aan te geven en vervanging te regelen.
Terwijl in de kantine op dat moment zijn leeftijdsgenoten gezellig een glaasje drinken staat hij daar als een rots in de branding de jeugd te onderwijzen en is op dat moment een groot voorbeeld voor iedereen binnen- en buiten de lijnen en net een uithangbord van de club.

Met zijn imposante grijze haardos belichaamt hij het beeld van de ouderwetse trainer die ruim van tevoren al op het veld aanwezig is, de ballen van lucht voorziet, het veld uitzet met tientallen pionnen en trouw wacht op hetgeen die middag komen gaat. Geen VTON, geen ingewikkelde oefenstof. Gewoon ouderwets: dribbelen/drijven, passen trappen, partijtje en penalty's.
Na de training drinkt hij snel een kop koffie om daarna "nor hus op an te goan".
Hij gaat dan op zijn fiets, zonder elektrische aansturing, even naar huis om te eten om daarnaar weer in zijn imposante volkstuin te gaan werken. Hij is een van de laatste iconen van een gouden generatie die zelf begonnen zijn met hun voeten in de klei en per fiets naar uitwedstrijden buiten de stad om zich na afloop bij de pomp te wassen ongeacht de buitentemperatuur op dat moment. Hij heeft zich wonderbaarlijk aangepast aan de huidige generatie en met verwondering kijkt hij naar het mooie kunstgras, de nieuwe ballen en alle materialen die tegenwoordig voorradig zijn om het de jeugd naar de zin te maken. Voor hem geen mobiele telefoon, email, facebook of twitter. Gewoon nog een huistelefoon zonder voicemail en en klapper op het dressoir met alle telefoonnummers. Afspraken hoeven niet schriftelijk op papier. Hij houd zich er gewoon aan en belt altijd terug.

Eind juli is hij helaas van plan te gaan stoppen. Een opvolger is er nog niet en iemand zoals hij vind je ook niet meer. Van ons mag hij een lintje krijgen.

Chapeau Herman!

Hans Anders

Column Hans Anders: MISTER ERNIE ROBINSON

Een van de markantste trainers die Sportclub Enschede ooit heeft gehad was Mister Ernie George Robinson. De oorspronkelijk Engelse mijnwerker was prof in Engeland en voetbalde voor verschillende profclubs aldaar. Na de oorlog kwam hij in 1948 naar Nederland om amateurclubs als Sportclub Enschede, Rigtersbleek, Hengelo en Sparta van oefenstof te voorzien. Ook was hij nog 1 jaar assistent-trainer van FC Twente samen met de legendarische Friederich Donefeld.

Bij Sportclub bekleede hij verschillende functies: zoals hoofd opleidingen, jeugdtrainer alsmede hoofdtrainer. Ook was hij niet te beroerd om op woensdagmiddag de pupillen te trainen.
Hij was typisch zo'n Engelse gentleman gekleed in lange lichte regenjas, geruite pet, leren handschoenen, geplooide broek, gepoetste schoenen. Het was een eenvoudige, zeer sympathieke man die humor hoog in zijn vaandel had, op de trainingen deed hij veel oefeningen nog voor en had steevast een handdoek als sjaal om zijn nek: "On this field it is always bloody cold" was een van zijn uitspraken. Het was in de tijd dat Sportclub nog een kleine sauna had waar op de maandagavond alle anekdotes van het afgelopen weekend werden doorgenomen en het meer een praathuis was dan een zweethuis. Af en toe ging een speler naakt naar buiten om af te koelen waarop een ander gauw de buitendeur op slot deed. zodat deze eenzaam in de sneeuw stond te schreeuwen en zich onder grote hilariteit in adamskostuum meldde bij Mister Robinsom in het trainingshok om zich te beklagen.

In de volksmond werd hij altijd "Mister"genoemd. Omdat hij geen auto had ging hij altijd door weer en wind op de fiets van de Drebbelstraat in Enschede, waar hij woonde, naar het Diekman en als je mee mocht fietsen naar de training, wees hij je de weg en vertelde onderweg de mooiste story's uit zijn voetbalverleden; "In my taid ik was fast and hard but i did altaid my best!".
Hij hield de wedstrijdbespreking altijd in tweetalig Engels-Nederlands en gebruikte bierviltjes, asbakken en kopjes om spelsituaties uit te leggen. Het was echt nog zo'n ouderwetse trainer waarbij van opwinding de spuug uit zijn mond vloog en alles "Bloody or Bad" was. Je kon hem niet altijd verstaan in zijn opwinding en vaak fungeerde een leider dan als tolk.
Op een wedstrijddag ging de deur van de bestuurskamer open en kwam de voorzitter Koch binnen met zijn hond. Midden in het warrige betoog van Robinson stapte dit dorstige dier langs hem heen en slobberde vlak voor hem het water uit de waterzak. Een bulderend gelach van iedereen en een woedende Robinson die de bestuurskamer uitliep en schreeuwde dat hij in dit "bloody kippenhok" niets kon beginnen.

Thuis deed hij soms het bankstel aan de kant en liet aan een geïnteresseerde speler zien, hoe je met een sinaasappel een sliding moest maken. Als je hem op de markt tegenkwam dan gingen de gesprekken altijd over football en zijn doiven (duiven).
Tegen onze linksbuiten zei hij bijvoorbeeld: "You are a good player but jou skops all the bals over". Als spits Bertie Elsink enige kansen had gemist dan gooide hij zijn pet op de grond van de kleedkamer en sprak de nostalgische zin: "that bloody Bertie, he had the tijd to led the lucht out of the ball and, pomp it up, but he mist it!!"

In de voorbereiding moesten de spelers vaak rond het stadion lopen en fietste hij er altijd achteraan, niet ziende dat onderweg allerlei spelers zich verstopten in de bosjes. Dat waren nog tijden dat de trainingen bestonden uit gymnastiek, lopen en partijtjes. Hij was niet zo van de discipline en als het begon te regenen werd hij vaak overtuigd dat een partijtje toch wel het beste tijdverdrijf was.
Wel verlangde hij veel inzet van de spelers en eiste dat ze tot het uiterste zouden gaan.

Mister was een verwoed duivenman en als je hem tegenkwam werd er vaak gezegd "Hol ie nog doem?? (hou je nog duiven in het Twents) waarop hij dan antwoordde: "How do jou do!"" 
Als een speler ven vereniging veranderde zei hij "Mij best doif is weggevlogen".

Hij was de eerste Engelse trainer die in Nederland zijn AOW kreeg. Na zijn pensionering hield hij nog contact met de oud Sportclub Enschede profs: Job Hoomans, Joop Janssen en Theo Kalter. Na zijn pensionering zijn Mister en zijn vrouw Ivy geëmigreerd naar West-Canada tot groot verdriet van de oude trainer. Een keer belt hij nog Joop Janssen, zijn "all time" lievelingsspeler, en vertelde dat hij ontzettend heimwee had.
Als hij in 1992 ernstig ziek wordt draagt hij zijn vrouw Ivy op om, als hij is overleden, zijn as naar het veld van Sportclub Enschede te brengen. Een paar weken later reist ze met een loden kistje gevuld met as naar Enschede. Daags daarna wordt de as uitgestrooid bij de oude eik achter het rechterdoel van het hoofdveld met slechts de terreinknecht, Theo, Job, Joop en schoonzoon Ron als stille getuigen. Zo eindigt derhalve de geschiedenis van de Familie Robinson in Enschede.
Nu deze monumentale eik is verdwenen verbleken ook de herinneringen aan deze markante persoonlijkheid die zijn sporen in Enschede heeft verdiend en achtergelaten.

 

Hans Anders

Column Hans Anders: VOETBAL SLAAPT

Als ik aan kom fietsen ligt het Sportpark Diekman er verlaten bij. Achter de hoofdtribune ligt de nostalgische klok te wachten op betere tijden, op veld 2 ligt een eenzame scheendekker op het gras, de oostenwind blaast koude lucht over het nostalgische complex en blaast de rommel weg die is achtergelaten door slordige bezoekers. Een verdwaald konijn vind rust en verbaasd zich dat er niets te knagen valt op het kunstgras. Een omgevallen weesfiets ligt al weken op de grond.
Overal fluiten de vogels in de bomen en ontwaakt de natuur. Verder heerst er een beangstigende stilte en wapperen de vlaggen vergeefs wachtend op toeschouwers.
Alleen het voetbal slaapt; alle activiteiten zijn op last van de K.N.V.B. gesloten tot 6 april. Geen spelers en speelsters van FC Twente, Zuid Eschmarke en Sportclub Enschede. Geen bridge, kaarten, Jeu de boules of Eetcafé. Zelfs de koffietafel van wijze mannen is leeg. Je hoort geen verhitte discussies meer en de stoelen blijven onbezet. Zelfs de Walking Footballers zijn nu een risicogroep geworden.

Hoe zal dit verder gaan? Sportclub Enschede heeft ambitieuze plannen voor de toekomst. Niemand weet echter wat de vooruitzichten zijn. Hoelang ligt alles stil? Niemand die het weet. Kan me niet voorstellen dat het leven er over een maand anders uit zal zien. en we bevrijd zijn van het virus. Nu nog 1,5 meter afstand bewaren en over 14 dagen weer een contactsport? Lijkt me onmogelijk.
Geen activiteiten betekent dat er ook geen inkomsten zijn voor de club. Terwijl overige vaste lasten zoals b.v. trainerssalarissen wel door gaan terwijl die thuis zitten en geen functie meer hebben op dit moment. Zelfs de pas benoemde trainers van zaterdag-1, JO19-1 en keeperstrainer verkeren in onzekerheid en weten niet hoe de competitie af gaat lopen en hoe de voorbereiding eruit zal zien. Welke impact zal dit alles op Sportclub Enschede als vereniging hebben? Het financiële draagvlak is klein. Als straks ouders besluiten om hun kinderen van de club te halen is het hek van de dam en slaat dit grote gaten in het broze fundament.
Ik vraag me wel eens af waarom sommige ouders zo ontevreden zijn, in mijn tijd in de Sportclub Enschede-jeugd had je maar 1 trainer, hooguit 2 keiharde ballen en een gravelondergrond als trainingsveld. Je stond soms 10 minuten op een rij voor de kop paal om een steenharde bal met een veter die aan een touw zat te koppen die als een steen op je hoofd viel en je nog uren hoofdpijn bezorgde als je niet goed oplette.
Op dit moment is onze club wellicht kleiner geworden maar heeft veel individuele aandacht voor de jeugdspeler, ieder heeft 1 bal, uitstekend kunstgras, geweldig licht uit de lichtmasten en oefenstof waarbij de bal centraal staat en er veel balcontacten zijn.
Waarom is het gras bij de clubs groener? Bij de grote Enschede clubs heb je de kans te verzuipen in de massa, kom je vaak in een lager team terecht en ben je veelal overgeleverd aan stagiairs en goed willende ouders omdat men geen trainers en leiders kan vinden om alle vacatures in te vullen! Ik hoop dat ouders hier goed over nadenken. De speler die bij ons in de JO9-1 zit kan zomaar bij een andere club in de JO9-6 komen. Dit moet men goed realiseren.

We wachten met zijn allen af op betere tijden, hopelijk zien we elkaar binnen afzienbare tijd weer, kunnen we weer handen schudden, de deuren weer openen, de ballen weer oppompen en alle leden weer te verwelkomen op ons mooie complex in goede gezondheid.

Hans Anders

Activiteiten

Op dit moment staan er geen activiteiten gepland.