
Eerste klasse E |
|||
|
|
|||
Eindstand |
|||
13-05-2012 |
|||
|
|
|||
|
26 |
- |
55 |
|
26 |
- |
48 |
|
26 |
- |
48 |
|
26 |
- |
45 |
|
26 |
- |
43 |
|
26 |
- |
40 |
|
26 |
- |
38 |
|
26 |
- |
36 |
|
26 |
- |
35 |
|
26 |
- |
28 |
|
26 |
- |
27 |
|
26 |
- |
25 |
|
26 |
- |
23 |
|
26 |
- |
20 |
Februari 2009
Ridder
14 februari, de krant van zaterdag (’n Bans)
Ik zag hem op de foto, een fors aantal jaren ouder, maar toch onmiskenbaar dezelfde Jan. Zijn vrouw was minder ouder geworden dan hij. Burgemeester den Oudsten had hem geridderd in de Orde van Oranje Nassau als blijk van waardering voor 25 jaar belangeloze arbeid voor de kegelbond. Ik had het hem niet uit de mouw geschud, die Jan toch.
Hij had zijn hele voetballeven doorgebracht bij het zwart-wit van Sportclub. Slechts sporadisch mocht hij opdraven in de hoofdmacht, net als ik. Maar het was wel een lastig mannetje om tegen te voetballen. Razendsnel was hij, een rechtsbuiten, type Marc Overmars. Geen ingenieuze passeerbewegingen, gewoon de bal erlangs en de tegenstander er uit lopen. Dat lukte vaak en die snelheid bracht hem ook nog al eens in het eerste. Ik herinner me nog een wedstrijd tegen het Arnhemse ESCA, toen Jan een pass wilde geven over de hele breedte van het veld. Zijn voeten deden niet wat zijn hersens wilden en de bal vertrok volledig verkeerd de andere kant op. “Ach, verdomme” brulde hij, sprintte onmiddellijk achter zijn eigen flutpass aan, liep de verbouwereerde verdedigers van ESCA er uit en creëerde een prachtige kans. Het was dat Rudi Kers kankerend op Jan was achtergebleven, anders was het een doelpunt geworden. Van hem is ook het gezegde: “Hij is zo snel dat hij zijn eigen voorzet er in kan koppen”.
Die Jan stopte toen het voetballen niet meer zo lukte. Hij ging niet voor de lol nog een paar jaren lager voetballen, in de veteranen, maar was gewoon verdwenen. Jan was niet meer bij Sportclub. Een aantal jaren terug zag ik hem nog even en wisselde een paar woorden met hem over vroeger Voetballers hebben dat, altijd diezelfde band, die in de kleedkamers wordt gesmeed. Ik weet nooit waarom hij Sportclub de rug toekeerde, ik had altijd gedacht dat Jan wel altijd aan Sportclub verbonden zou blijven.
Niet dus.
Jan ging kegelen en verdiende er een heuse Orde mee. Ik gun het hem van ganser harte. Toch blijft daarmee een vraag waarom leden die jarenlang het zwart-wit van Sportclub hebben gekoesterd ineens niet meer bij de club komen, want Jan was niet de enige. Uiteraard moet iedereen zelf weten hoe hij of zij zijn vrije tijd invult, maar toch is de band die spelers met Sportclub hebben een bijzondere.
Het spelen in het zwart-witte shirt is iets aparts, daar wordt met trots op teruggekeken, maar daar blijft het vaak ook bij. Blijkbaar hebben we niet dat warme gevoel waardoor mensen bij Sportclub blijven hangen of iets doen. Daar moet iets aan gedaan worden, die warmte moet (weer) in de club komen.
Met straks een splinternieuw complex (dat gaat er komen, onafwendbaar) kan de vereniging ook die nieuwe uitstraling krijgen.
Ik kan me in ieder geval niet herinneren dat er iemand van Sportclub Ridder is geworden in de Orde van Oranje Nassau voor zijn werk voor de club.
Jan wel, voor het kegelen.
Hans Bijvank





de Bataven
Glanerbrug
Rheden
AWC
Germania
SC Enschede
Alverna
SDOUC
Achilles '12
PH
Jonge kracht
de Zweef