laatste update: 17-05-2012

Mei 2010

Wim Hullegie, voormalig interim-voorzitter, heeft ooit eens gezegd dat Sportclub Enschede eigenlijk pas45 jaar bestaat in 2010. Die uitspraak is gebaseerd op, natuurlijk, de fusie in 1965. Een fusie, die ik niet nader hoef toe te lichten, daar weet u alles van, mag ik aannemen. Die uitspraak is door menigeen met fronsende wenkbrauwen aangehoord, waaronder ook ik. Immers Sportclub Enschede is onmiskenbaar100 jaar in 2010. En dan pas 45 jaar? Noway!!

Nu anno dit jaar ben ik daar toch een ietwat anders over gaan denken. Niet dat ik ontken dat we geen 100 jaar zijn. Dat feit is onomstotelijk waar, maar meer omdat ik besef dat Hullegie meer doelde op het feit dat we pas 45 jaar een amateurclub zijn. Emotioneel zijn we helaas nu in een heuse midlifecrisis beland. Immers de staat waarin de club nu verkeert, is bepaald niet iets om vrolijk van te worden. Het betonrot knaagt aan de basis van deze club en dat heeft rechtstreeks te maken met het streven naar iets wat in feite niet meer mogelijk is, namelijk de top van het vaderlandse amateurvoetbal. En dat het betonrot ook daadwerkelijk aan de aftandse staat van ons complex knaagt, maakt het extra zuur. Het besef hoe we er werkelijk voor staan druppelde pas tot me door toen ik me bezighield met het schrijven van het jubileumboek. Pas dan ontdek je dat Sportclub Enschede met het afstoten van de betaalde afdeling ook het streven naar de absolute top van de hand heeft gedaan.
Sportclub Enschede heeft sinds haar oprichting gestreefd naar een permanente plek in de absolute top van het vaderlandse voetbal.

Bernard Vos deed daar voor en na de landstitel van 1926 niet geheimzinnig over en ook Hennie van Dalen wilde in 1954 bij de start van het betaalde voetbal maar één ding en dat was aansluiting bij de top van het vaderlandse voetbal. Dat FC Twente nu die aansluiting inderdaad heeft gevonden mag voor een bijzonder groot deel worden toegeschreven aan het zwart-witte streven om dat te bewerkstelligen. Zonder Sportclub Enschede was dat nooit gelukt, dat gedachtegoed is aan FC Twente meegegeven. De realiteit was echter wel dat de fusie Sportclub Enschede degradeerde tot een gewone amateurclub. Helaas hebben we in 1965 dat besef onder in de la gestopt. Sportclub Enschede moest het hoogste blijven nastreven en dat we dat tot halverwege dit decennium hebben kunnen volhouden, mag al een godswonder heten.

Even terug naar 1965. Toen de toenmalige voorzitter Piet Bakkenes in een even emotionele als risicovolle vergadering de betaalde afdeling liet fuseren met Enschedese Boys, bleef er een amateurclub achter die wezenloos om zich heen keek. Hoe moest het nu verder, in de kelder van het amateurvoetbal, wat toen de derde klasse KNVB was. Echter bleef het niet bij wezenloos toekijken, maar bouwde men onverdroten voort op datgene waar Sportclub Enschede altijd patent op had: het hoogste niveau. En altijd waren er de suikerooms die flink in de bus bliezen om zo het gewenste niveau binnen handbereik te houden. Geld is nu eenmaal de voornaamste garantie voor succes.

Ga maar na, na Bakkenes waren er diverse geldschieters die er voor zorgden dat Sportclub een rol van betekenis bleef spelen. Kok, Melching, Hekman, Heijdens, Bosch en een lange rij aan sponsoren maakten het dat Sportclub Enschede op het gewenste niveau bleef meedraaien. En de naam Sportclub Enschede stond garant voor een goede opleiding, daar ging je naar toe als je als voetballer beter wilde worden. Dat was het erfgoed van Sportclub, daar wilden velen bij horen. Natuurlijk verdienen al die geldschieters het grootst mogelijke respect. Zonder hun waren we al veel eerder in kommervolle omstandigheden aangeland. Wat er alleen altijd is vergeten om te investeren in de structuur van de club, vergeten om het erfgoed van de club in concrete doelstellingen te verpakken, vergeten om die doelstellingen ook om te zetten in daden. Zodanig dat we geen buffer opbouwden om klappen op te vangen. Sportclub was immers Sportclub, dat gaat altijd wel goed. Het woord prestatie werd met een grote letter P geschreven, maar de achterliggende bedoeling bleef ergens in het ongewisse. Ik, en ik niet alleen, heb daar regelmatig aandacht voor gevraagd, maar het ging toch goed, wat moest er dan anders?

Dat gemis aan visie, maakte het dat langzaam maar onmiskenbaar de club van binnenuit werd uitgehold. Halverwege de jaren 2000 was het geld op en moest de club terugvallen op iets waar ze nauwelijks kaas van gegeten had, namelijk zorgen dat er clubbinding en een mate van trots voor het zwarte shirt is. Een ware uittocht was het gevolg, immers viel er niets meer te halen en overheerste ook het gevoel van “hier heb ik niets meer te zoeken”. Dan treedt de aloude wet in werking: “Bij succes heb je vrienden, en als het niet goed gaat, sta je alleen.”

Een dramatische terugval in het aantal seniorenelftallen was het gevolg. Voeg daar nog de problemen met het A1 elftal van vorige seizoenen en het onvermogen om dat in goede banen te leiden bij, en we weten waar we nu staan. Inderdaad een inhaalrace, die gelukkig nu bij A1 is ingezet. Het gaat niet alleen om een gebrek aan geld, hoewel dat wel enorm op de club drukt. Het gaat ook om de gebrekkige organisatie, wat weer tot gevolg heeft dat er geen lijn in de club te bespeuren is. Elk elftal maakt zijn eigen regels en kunnen we niet terugvallen op een basis om weer verder te gaan. Zoals Cruijff dat zo mooi kan zeggen: “Je kunt ze wel in het diepe gooien om te leren zwemmen, zorg dan wel dat er een trapje in de buurt is om er uit te klimmen”. Kortom, we verzuipen. In die fase zijn we dan nu aangeland en hoe ironisch, exact in het jaar dat we 100 jaar worden.

Is er dan geen licht aan het eind van de tunnel? Natuurlijk wel. Inmiddels is er een jeugdbestuur dat begrijpt wat er gedaan moet worden en gelukkig niet is geïnfecteerd met het virus van prestaties uit het verleden die geen garantie voor de toekomst bieden. Er is een jubileumcommissie die bijzonder veel werk verzet om er iets van te maken en ook een activiteitencommissie die nogal wat geld binnensleept. En dan ook nog al die vrijwilligers die heel veel, veel, minder veel werk verzetten. En toch ben ik van mening dat het beter kan, dat het beter en anders moet. Sportclub Enschede kan niet anders dan zich opnieuw te bezinnen op haar toekomst en niet meer te verwijzen naar wat eens was. Dat ligt definitief achter ons en komt ook niet meer terug.

De realiteit ligt in de toekomst en we moeten lering trekken uit het fiasco van de afgelopen jaren. Daar hoeft niet meer geheimzinnig over te worden gedaan, immers ligt alles al op straat. We hoeven de krant er maar op na te slaan en het wordt helder. Of het nodig was dat de publiciteit de problemen bij Sportclub opslokt, laat ik maar even in het midden. Dat is een zinloze discussie. Als de media iets te weten willen komen dat halen ze het toch wel op.
En het heeft ook geen zin om te zoeken naar schuldigen die dit hebben veroorzaakt, we waren er immers allemaal zelf bij, en hebben veel te weinig aan de bel getrokken.
Sportclub Enschede heeft behoefte aan een nieuwe generatie om alles weer op te bouwen. Dat zal lastig worden maar bepaald niet onmogelijk. Dat is niet afhankelijk van een enkeling, daar moeten velen aan bijdragen. Want er wordt ook geroepen dat de komst van Jaap Uilenberg de problemen zal oplossen, maar dat is niet waar. Natuurlijk is Jaap een uitstekende stimulans om de club nieuwe impulsen te geven, maar laat gewoon onverlet dat er een veel bredere basis moet komen om Sportclub Enschede een nieuwe “smoel” te geven. Ik ken Jaap goed genoeg om te weten dat hij daar hetzelfde over denkt. De bal ligt niet bij Jaap, maar bij de leden van Sportclub Enschede. Die maken het gemakkelijker om Jaap over de streep te trekken.

Ik heb gedurende een fors aantal jaren veel werk verzet voor Sportclub Enschede en vaak te veel werk, dat kan ik in alle eerlijkheid wel zeggen. Dat wil niet zeggen dat u hetzelfde moet doen, bepaald niet. Dat heb ik altijd met veel plezier gedaan, maar toch ga ik steeds meer in de luwte zitten omdat ik dat voor mezelf prettiger vindt. De rek is er gewoon een beetje uit. Gewoon nog dingen doen die ik zelf leuk vindt.
Voetbal blijft een leuke en plezierige sport, maar de sport zelf maakt het niet plezierig dat doen toch echt de mensen er rond om heen.

Hans Bijvank

/ Columns / Hans Bijvank / 45 /
  Hoofdsponsor SC Enschede
Hoofdsponsor Lammers en Kok
  Velda DEF toernooi 2012

Website Velda

  Sponsor van de maand

Website d預raktijk job

  Mastenbroek Inkomensadvies
Website Mastenbroek Inkomensadvies
  Programma en uitslagen
  Stand eerste elftal
inpressiefoto

Eerste klasse E

   

 

 

 

Eindstand

13-05-2012

   

 de Bataven

26

-

55

v.v. Glanerbrug Glanerbrug

26

-

48

v.v. Rheden Rheden

26

-

48

 AWC

26

-

45

 Germania

26

-

43

 SC Enschede

26

-

40

 Alverna

26

-

38

 SDOUC

26

-

36

v.v. Alverna Wijchen Achilles '12

26

-

35

 Voorwaarts

26

-

28

 Tubantia

26

-

27

 PH

26

-

25

 Jonge kracht

26

-

23

de Zweef Nijverdal de Zweef 

26

-

20

 

  45

Mei 2010

Wim Hullegie, voormalig interim-voorzitter, heeft ooit eens gezegd dat Sportclub Enschede eigenlijk pas45 jaar bestaat in 2010. Die uitspraak is gebaseerd op, natuurlijk, de fusie in 1965. Een fusie, die ik niet nader hoef toe te lichten, daar weet u alles van, mag ik aannemen. Die uitspraak is door menigeen met fronsende wenkbrauwen aangehoord, waaronder ook ik. Immers Sportclub Enschede is onmiskenbaar100 jaar in 2010. En dan pas 45 jaar? Noway!!

Nu anno dit jaar ben ik daar toch een ietwat anders over gaan denken. Niet dat ik ontken dat we geen 100 jaar zijn. Dat feit is onomstotelijk waar, maar meer omdat ik besef dat Hullegie meer doelde op het feit dat we pas 45 jaar een amateurclub zijn. Emotioneel zijn we helaas nu in een heuse midlifecrisis beland. Immers de staat waarin de club nu verkeert, is bepaald niet iets om vrolijk van te worden. Het betonrot knaagt aan de basis van deze club en dat heeft rechtstreeks te maken met het streven naar iets wat in feite niet meer mogelijk is, namelijk de top van het vaderlandse amateurvoetbal. En dat het betonrot ook daadwerkelijk aan de aftandse staat van ons complex knaagt, maakt het extra zuur. Het besef hoe we er werkelijk voor staan druppelde pas tot me door toen ik me bezighield met het schrijven van het jubileumboek. Pas dan ontdek je dat Sportclub Enschede met het afstoten van de betaalde afdeling ook het streven naar de absolute top van de hand heeft gedaan.
Sportclub Enschede heeft sinds haar oprichting gestreefd naar een permanente plek in de absolute top van het vaderlandse voetbal.

Bernard Vos deed daar voor en na de landstitel van 1926 niet geheimzinnig over en ook Hennie van Dalen wilde in 1954 bij de start van het betaalde voetbal maar één ding en dat was aansluiting bij de top van het vaderlandse voetbal. Dat FC Twente nu die aansluiting inderdaad heeft gevonden mag voor een bijzonder groot deel worden toegeschreven aan het zwart-witte streven om dat te bewerkstelligen. Zonder Sportclub Enschede was dat nooit gelukt, dat gedachtegoed is aan FC Twente meegegeven. De realiteit was echter wel dat de fusie Sportclub Enschede degradeerde tot een gewone amateurclub. Helaas hebben we in 1965 dat besef onder in de la gestopt. Sportclub Enschede moest het hoogste blijven nastreven en dat we dat tot halverwege dit decennium hebben kunnen volhouden, mag al een godswonder heten.

Even terug naar 1965. Toen de toenmalige voorzitter Piet Bakkenes in een even emotionele als risicovolle vergadering de betaalde afdeling liet fuseren met Enschedese Boys, bleef er een amateurclub achter die wezenloos om zich heen keek. Hoe moest het nu verder, in de kelder van het amateurvoetbal, wat toen de derde klasse KNVB was. Echter bleef het niet bij wezenloos toekijken, maar bouwde men onverdroten voort op datgene waar Sportclub Enschede altijd patent op had: het hoogste niveau. En altijd waren er de suikerooms die flink in de bus bliezen om zo het gewenste niveau binnen handbereik te houden. Geld is nu eenmaal de voornaamste garantie voor succes.

Ga maar na, na Bakkenes waren er diverse geldschieters die er voor zorgden dat Sportclub een rol van betekenis bleef spelen. Kok, Melching, Hekman, Heijdens, Bosch en een lange rij aan sponsoren maakten het dat Sportclub Enschede op het gewenste niveau bleef meedraaien. En de naam Sportclub Enschede stond garant voor een goede opleiding, daar ging je naar toe als je als voetballer beter wilde worden. Dat was het erfgoed van Sportclub, daar wilden velen bij horen. Natuurlijk verdienen al die geldschieters het grootst mogelijke respect. Zonder hun waren we al veel eerder in kommervolle omstandigheden aangeland. Wat er alleen altijd is vergeten om te investeren in de structuur van de club, vergeten om het erfgoed van de club in concrete doelstellingen te verpakken, vergeten om die doelstellingen ook om te zetten in daden. Zodanig dat we geen buffer opbouwden om klappen op te vangen. Sportclub was immers Sportclub, dat gaat altijd wel goed. Het woord prestatie werd met een grote letter P geschreven, maar de achterliggende bedoeling bleef ergens in het ongewisse. Ik, en ik niet alleen, heb daar regelmatig aandacht voor gevraagd, maar het ging toch goed, wat moest er dan anders?

Dat gemis aan visie, maakte het dat langzaam maar onmiskenbaar de club van binnenuit werd uitgehold. Halverwege de jaren 2000 was het geld op en moest de club terugvallen op iets waar ze nauwelijks kaas van gegeten had, namelijk zorgen dat er clubbinding en een mate van trots voor het zwarte shirt is. Een ware uittocht was het gevolg, immers viel er niets meer te halen en overheerste ook het gevoel van “hier heb ik niets meer te zoeken”. Dan treedt de aloude wet in werking: “Bij succes heb je vrienden, en als het niet goed gaat, sta je alleen.”

Een dramatische terugval in het aantal seniorenelftallen was het gevolg. Voeg daar nog de problemen met het A1 elftal van vorige seizoenen en het onvermogen om dat in goede banen te leiden bij, en we weten waar we nu staan. Inderdaad een inhaalrace, die gelukkig nu bij A1 is ingezet. Het gaat niet alleen om een gebrek aan geld, hoewel dat wel enorm op de club drukt. Het gaat ook om de gebrekkige organisatie, wat weer tot gevolg heeft dat er geen lijn in de club te bespeuren is. Elk elftal maakt zijn eigen regels en kunnen we niet terugvallen op een basis om weer verder te gaan. Zoals Cruijff dat zo mooi kan zeggen: “Je kunt ze wel in het diepe gooien om te leren zwemmen, zorg dan wel dat er een trapje in de buurt is om er uit te klimmen”. Kortom, we verzuipen. In die fase zijn we dan nu aangeland en hoe ironisch, exact in het jaar dat we 100 jaar worden.

Is er dan geen licht aan het eind van de tunnel? Natuurlijk wel. Inmiddels is er een jeugdbestuur dat begrijpt wat er gedaan moet worden en gelukkig niet is geïnfecteerd met het virus van prestaties uit het verleden die geen garantie voor de toekomst bieden. Er is een jubileumcommissie die bijzonder veel werk verzet om er iets van te maken en ook een activiteitencommissie die nogal wat geld binnensleept. En dan ook nog al die vrijwilligers die heel veel, veel, minder veel werk verzetten. En toch ben ik van mening dat het beter kan, dat het beter en anders moet. Sportclub Enschede kan niet anders dan zich opnieuw te bezinnen op haar toekomst en niet meer te verwijzen naar wat eens was. Dat ligt definitief achter ons en komt ook niet meer terug.

De realiteit ligt in de toekomst en we moeten lering trekken uit het fiasco van de afgelopen jaren. Daar hoeft niet meer geheimzinnig over te worden gedaan, immers ligt alles al op straat. We hoeven de krant er maar op na te slaan en het wordt helder. Of het nodig was dat de publiciteit de problemen bij Sportclub opslokt, laat ik maar even in het midden. Dat is een zinloze discussie. Als de media iets te weten willen komen dat halen ze het toch wel op.
En het heeft ook geen zin om te zoeken naar schuldigen die dit hebben veroorzaakt, we waren er immers allemaal zelf bij, en hebben veel te weinig aan de bel getrokken.
Sportclub Enschede heeft behoefte aan een nieuwe generatie om alles weer op te bouwen. Dat zal lastig worden maar bepaald niet onmogelijk. Dat is niet afhankelijk van een enkeling, daar moeten velen aan bijdragen. Want er wordt ook geroepen dat de komst van Jaap Uilenberg de problemen zal oplossen, maar dat is niet waar. Natuurlijk is Jaap een uitstekende stimulans om de club nieuwe impulsen te geven, maar laat gewoon onverlet dat er een veel bredere basis moet komen om Sportclub Enschede een nieuwe “smoel” te geven. Ik ken Jaap goed genoeg om te weten dat hij daar hetzelfde over denkt. De bal ligt niet bij Jaap, maar bij de leden van Sportclub Enschede. Die maken het gemakkelijker om Jaap over de streep te trekken.

Ik heb gedurende een fors aantal jaren veel werk verzet voor Sportclub Enschede en vaak te veel werk, dat kan ik in alle eerlijkheid wel zeggen. Dat wil niet zeggen dat u hetzelfde moet doen, bepaald niet. Dat heb ik altijd met veel plezier gedaan, maar toch ga ik steeds meer in de luwte zitten omdat ik dat voor mezelf prettiger vindt. De rek is er gewoon een beetje uit. Gewoon nog dingen doen die ik zelf leuk vindt.
Voetbal blijft een leuke en plezierige sport, maar de sport zelf maakt het niet plezierig dat doen toch echt de mensen er rond om heen.

Hans Bijvank